De dood van oud-president Chandrikapersad Santokhi blijft in Suriname en daarbuiten veel emoties oproepen. Santokhi overleed op maandag 30 maart 2026 op 67-jarige leeftijd. Sindsdien stromen condoleances, steunbetuigingen en eerbetonen binnen vanuit verschillende delen van de samenleving. Ook de Surinaamse regering heeft maandag 6 en dinsdag 7 april 2026 uitgeroepen tot dagen van nationale rouw, terwijl in het Presidentieel Paleis inmiddels een condoleanceregister is geopend voor het publiek.
Tegen deze achtergrond zegt ondernemer Saya Jean Mixon bereid te zijn om de begrafenis van Santokhi te bekostigen. Volgens de boodschap die aan hem wordt toegeschreven, wil hij hiermee zijn waardering en respect tonen voor de gewezen president. “Ik wil de begrafenis van Santokhi bekostigen. Hij was een goede man,” luidt de verklaring.
Met die uitspraak voegt Mixon zich in de rij van personen die publiekelijk hun waardering uitspreken voor Santokhi’s betekenis voor Suriname. In de afgelopen dagen is de oud-president door verschillende politieke en maatschappelijke figuren omschreven als een toegewijde leider, een man van principes en een belangrijke zoon van het land. Ook vanuit de regio kwamen steunbetuigingen, waaronder van de president van Guyana, die sprak over een groot verlies voor Suriname en de regio.
De mogelijke bereidheid van een ondernemer om de uitvaartkosten op zich te nemen, onderstreept hoe groot de impact van Santokhi’s overlijden is. Het gebaar kan worden gezien als meer dan alleen financiële steun; het is vooral een symbolische blijk van respect in een periode waarin veel mensen stilstaan bij zijn nalatenschap en bijdrage aan het land. Dat de regering nationale rouw heeft afgekondigd en het publiek gelegenheid krijgt om officieel afscheid te nemen, laat zien dat zijn overlijden een nationaal karakter heeft gekregen.
Of en op welke manier dit aanbod formeel wordt opgepakt door de familie of de organisatie rond de uitvaart, is vooralsnog niet officieel bekend. Wel is duidelijk dat Santokhi’s heengaan diepe indruk heeft gemaakt en dat de dagen tot aan de rouwplechtigheden in het teken staan van eerbetoon, herinnering en afscheid.
