Er klinkt een voortdurend geklaag over de economische situatie in Suriname: de koers stijgt, de prijzen in de winkels zijn onbetaalbaar en de armoede slaat toe. Maar wie een rondje loopt door de uitgaanscentra of langs de scholen, ziet een heel ander beeld. De jongeren, die de luidste stem hebben in het debat over gebrek, lopen erbij alsof er geen crisis bestaat. Met de nieuwste iPhones in de hand en dure merkkleding aan het lijf, ontstaat de vraag: hoe oprecht is de klacht over armoede eigenlijk?
Een Kwestie van Keuzes
Het lijkt erop dat ‘armoede’ in Suriname een rekbaar begrip is geworden. Terwijl er enerzijds wordt geroepen dat men niet rond kan komen, worden er anderzijds kapitalen uitgegeven aan de nieuwste technologie. Een iPhone van 1.200 dollar vertegenwoordigt voor velen meerdere maandsalarissen. Dat jongeren dit kunnen permitteren, suggereert dat er wel degelijk geld in omloop is, maar dat dit liever wordt besteed aan uiterlijke schijn dan aan duurzame stabiliteit of basisbehoeften.
Status boven Brood
De paradox is stuitend: men klaagt over de prijs van een pak melk, maar staat in de rij voor de nieuwste smartphone. Deze luxe-focus wijst op een cultuur waarin status belangrijker is dan financiële zelfredzaamheid. In plaats van te sparen of te investeren in opleiding, wordt het geld direct ‘geconsumeerd’ om de schijn van rijkdom op te houden. Het is dan ook moeilijk om medelijden te hebben met de economische nood wanneer de duurste gadgets pontificaal op tafel liggen.
De realiteit is dat de armoede vaak minder diep zit dan het geklaag doet vermoeden; het is simpelweg een kwestie van waar je je geld aan uitgeeft.
