Het was een uitspraak die nagalmde in de wandelgangen van de Surinaamse politiek. Mahinder Jogi, vaak de ongefilterde stem van de VHP, legde de vinger op een zere plek: de perceptie dat de VHP alles geeft voor Suriname, maar dat de liefde van het volk uitblijft. Nu het land door een diep dal gaat, rijst de vraag: begint het berouw bij de kiezer eindelijk vorm te krijgen?
De “Reddersrol” en de Rekening
De VHP positioneert zich al jaren als de partij die de puinhopen opruimt. Wanneer de staatskas leeg is en de internationale geloofwaardigheid tot het nulpunt is gedaald, wordt de “Oranje-motor” gestart om de economie weer vlot te trekken. Maar reddingsoperaties doen pijn. Maatregelen zoals het afschaffen van subsidies en het stabiliseren van de koers zijn noodzakelijk, maar zelden populair.
Jogi’s frustratie komt voort uit een simpel sentiment: “Wij doen het vuile werk, maar we krijgen de stank.”
Spijt komt na de Zonde
De kern van de stelling is dat Suriname nu “spijt” heeft. Dit suggereert dat de bevolking begint in te zien dat de alternatieven – populisme, gratis geld-beloftes en een gebrek aan transparantie – het land aan de rand van de afgrond hebben gebracht.
• Economische realiteit: Terwijl de inflatie afneemt en de reserves groeien, voelt de burger dit nog niet direct in de portemonnee. Dit creëert een kloof tussen macro-economisch succes en het dagelijks leven.
• De vergelijking: Veel kiezers kijken nu met weemoed terug naar periodes van stabiliteit, maar vergeten vaak dat die stabiliteit een hoge prijs heeft gekost.
De Uitdaging voor de Toekomst
De bewering dat “Suriname niet van ons houdt” is een zware conclusie. Het wijst op een vertrouwensbreuk. De uitdaging voor de VHP is niet alleen om het land technisch te besturen, maar om de harten van de mensen te winnen zonder hun toevlucht te nemen tot de populistische tactieken die ze juist proberen te bestrijden.
“Politiek is niet alleen het beheren van cijfers, het is het managen van hoop. Spijt bij de kiezer is een begin, maar waardering is het uiteindelijke doel.”
Zal dit sentiment volgens u de doorslag geven bij de volgende verkiezingen, of denkt u dat de burger de economische offers zwaarder laat wegen dan de bereikte stabiliteit?
