De manier waarop nieuws wordt gebracht, zegt vaak meer dan wat er letterlijk wordt geschreven. De recente aanrijding waarvan de beelden al binnen enkele uren massaal online circuleerden, legt opnieuw een pijnlijke realiteit bloot binnen de Surinaamse journalistiek: niet iedereen wordt gelijk behandeld.
Bij de dood van Jamaro Ford, beter bekend als Boyler, bleef het opvallend stil. Ondanks de maatschappelijke impact en de vele vragen die leefden in de samenleving, waren er geen beelden te vinden. Geen camerafragmenten, geen duidelijke reconstructies, geen visuele ondersteuning die had kunnen bijdragen aan transparantie. In de wandelgangen werd al snel gefluisterd dat dit te maken had met het feit dat de zaak de rijke elite raakte.
Fast forward naar vandaag. Een aanrijding vindt plaats en nog geen paar uur later staan de beelden op sociale media, nieuwswebsites en WhatsApp-groepen. De snelheid waarmee dit materiaal wordt verspreid, roept onvermijdelijk vragen op. Waarom kan het nu wel? Waarom toen niet?
Deze selectieve benadering ondermijnt het vertrouwen in de journalistiek. Media hebben de verantwoordelijkheid om machtsstructuren kritisch te volgen, niet om er onbewust (of bewust) onderdeel van te worden. Wanneer berichtgeving afhankelijk lijkt van wie betrokken is — arm of rijk, invloedrijk of niet — ontstaat het beeld van een tweedelige waarheid.
Journalistiek hoort in de kern te draaien om gelijke maatstaven. Elke burger verdient dezelfde mate van openheid, zorgvuldigheid en transparantie, ongeacht achternaam, netwerk of bankrekening. Het achterhouden van informatie in gevoelige zaken voedt speculatie, wantrouwen en maatschappelijke woede. Tegelijkertijd kan het razendsnel publiceren van beelden in andere gevallen juist weer leiden tot trial by media.
In Suriname staat de persvrijheid niet alleen voor het recht om te publiceren, maar ook voor de plicht om eerlijk en consequent te zijn. De vergelijking tussen deze twee zaken laat zien dat daar nog een wereld te winnen valt.
De samenleving kijkt mee, onthoudt en vergelijkt. En elke keer dat journalistieke principes buigen voor status of macht, verliest de media een stukje geloofwaardigheid. De vraag is niet of mensen dit doorhebben — dat doen ze al. De echte vraag is: wanneer kiest de journalistiek weer ondubbelzinnig voor gelijkheid en waarheid?
