In Suriname willen autodealers een been en arm

Wie tegenwoordig een autokavel in Paramaribo oploopt, krijgt al snel het gevoel dat hij niet voor een auto, maar voor een goudstaaf staat te onderhandelen. Terwijl dealers wijzen naar belastingen en vrachtkosten, groeit de woede onder de bevolking. De vraag die iedereen bezighoudt: Is de prijsstijging wel eerlijk, of maken lokale autodealers misbruik van de situatie door “een arm en een been” te vragen?

De rekensom die niet klopt

Het is het gesprek van de dag op sociale media en bij de taxistands: hoe kan een auto die in Japan voor $5.000 geveild wordt, voor $14.000 op een kavel aan de Kwattaweg staan? Natuurlijk zijn er invoerrechten, en natuurlijk kost verscheping geld, maar de optelsom die dealers presenteren lijkt vaak creatief boekhouden.

Kritische consumenten wijzen erop dat zelfs na aftrek van de 25% invoerrechten en de transportkosten, er een gigantisch gat overblijft. “De winstmarges zijn niet meer normaal,” zegt een gefrustreerde koper die al maanden zoekt naar een betaalbare wagen. “Het lijkt alsof we niet alleen voor onze eigen auto betalen, maar ook direct de huur van hun hele kavel en de nieuwe luxe pick-up van de eigenaar financieren.”

Kartelvorming en prijsopdrijving?

Er gaan steeds meer stemmen op die spreken van een gebrek aan gezonde concurrentie. Hoewel er tientallen dealers zijn, lijken de prijzen opvallend op elkaar afgestemd. Zodra de koers van de dollar met een paar cent stijgt, worden de prijzen op de kavels direct met honderden dollars verhoogd. Maar wanneer de koers daalt? Dan blijven de prijzen op magische wijze “plakken” op hun oude niveau.

Dealers verschuilen zich achter de “8-jaar regel”, die verbiedt om oudere (en dus goedkopere) auto’s te importeren. Maar critici stellen dat juist deze regel door de dealers wordt gebruikt als dekmantel om de prijzen van hun huidige voorraad kunstmatig hoog te houden.

De verborgen kosten voor de burger

Het gevolg van deze prijsopdrijving is dat een auto – voor velen in Suriname een bittere noodzaak door het gebrekkige openbaar vervoer – onbereikbaar wordt voor de werkende klasse. Mensen worden gedwongen tot wurgende financieringen bij banken of kredietcoöperaties, alleen maar om een simpele tweedehands Toyota te kunnen rijden.

Ondertussen floreren de dealers. Terwijl de gemiddelde burger de broekriem moet aanhalen, lijken de autohandelaren de crisis te gebruiken om hun marges verder op te schroeven.

Is er nog hoop?

De roep om strenger toezicht vanuit de overheid en het ministerie van Economische Zaken (EZ) wordt luider. Consumenten eisen transparantie: wat zijn de werkelijke importkosten en wat is een redelijke winst? Totdat die transparantie er is, blijft de Surinaamse automarkt een “wilde westen” waar de dealer de wet bepaalt en de burger de rekening betaalt.

De tijd dat de Japanse import de oplossing was voor de gewone man, lijkt definitief voorbij. Vandaag de dag is de autohandel vooral een symbool geworden van een markt die volledig uit balans is geraakt, ten koste van de Surinaamse consument.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

error: Content is protected !!